Op het  wijngoed proberen we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier te werken zonder daarom het label biowijn op zich na te streven, het blijft immers een hobby.

Uit onderzoek is gebleken dat dit beter is voor het milieu, zowel op korte termijn als op lange termijn. Op korte termijn is de gezondheid van de wijnbouwer maar ook van eenieder die van de wijn geniet primair. Op lange termijn is deze productievorm beter voor het behoud van de biodiversiteit, zorgt het voor minder vervuiling van bodem en water en zou het eindproduct meer polyfenolen bevatten. Polyfenolen zijn krachtige anti-oxidanten en kunnen het risico op beroertes en hart- en vaatziekten verlagen
Concreet wil dit zeggen:

1.     Plantgoed aanplanten dat afgestemd is op ons noordelijker klimaat en daardoor zo goed als geen fungiciden nodig hebben om schimmels (vooral valse en echte meeldauw) te weren. In ons geval hebben we de Monarch (rood) en de Souvignier Gris (wit) aangeplant. Deze soorten zijn vrij schimmeltolerant maar een volledige uitsluiting  van het gebruik van chemische bestrijding is waarschijnlijk niet realistisch. Tot op de dag van vandaag is er geen plantgoed beschikbaar dat gegarandeerd resistent is en dit ook blijft op langere termijn. De resistentie is uiteraard zeer hoog maar het kan zijn dat in bepaalde omstandigheden er toch een behandeling nodig zou zijn. Uiteraard zal dit minimaal zijn en altijd veel minder dan in de conventionele wijnbouw. Indien er in onze wijngaard zou ingegrepen zijn dan staat dit duidelijk vermeld bij 'kerncijfers per oogstjaar' bij de respectievelijke wijnsoort.

2.     Nastreven van een levende evenwichtige bodem zonder gebruik van kunstmest. Gebruik van organische mest zoals grassnoeisel (beperkt vanwege hoog stikstofgehalte) en veel gehakselt tuinafval. Beplanting tussen de rijen met nuttige planten zoals ‘Tangetjes Patula'. Deze 'stinker' is niet alleen een lekkernij voor bijen maar doodt aaltjes in de grond door afscheiding van een insecticide.

3.     Manuele bewerking van de grond om deze onkruidvrij te houden dus geen gebruik van onkruidverdelgers

4.     Bescherming van de rijpende druiven door middel van blauwe netten (tegen vraat van wespen en vogels)

5.     Nastreven van een luchtig bladerdek met voldoende luchtdoorstroming. Toepassen van bladsnoei om het bladerdek luchtig te houden.

6.     Geen gebruik van insecticiden omdat de evenwichtige bodem en natuurlijke manier van werken de druivenstokken beter beschermt tegen allerlei schadelijke insecten. Uiteraard kan niet alles worden geweerd maar er zijn voldoende natuurlijke vijanden aanwezig om alles onder controle te houden. Mijten bijvoorbeeld zijn wel aanwezig maar hebben tot nu toe nog geen schade aangericht. Bloemen zoals tagetes trekken nuttige insecten aan, zoals roofmijten, sluipwespen en zweefvliegen, die ervoor zorgen dat de schadelijke insecten niet boven de drempelwaarde uitkomen en dus op hun beurt niet op chemische wijze bestreden hoeven te worden. Ook wordt op deze wijze vraat aan de druiven verminderd, wat schimmelgroei tegengaat.

7.     Manuele pluk om de best mogelijke kwaliteit aan druiven te oogsten. Selectie van de druiven tijdens de oogst. Indien botrytis aanwezig (Monarch is hier wel gevoelig aan) worden deze onmiddellijk verwijdert.

8.     Zo netjes en hygenisch mogelijk werken tijdens het ontstelen, persen en opvoeden van de wijn. Geen toevoeging van vreemde chemische middelen zoals arabische gom etc.

9.     Zachte behandeling van de wijn tijdens het wijn maken. Niet pompen maar manueel overhevelen.

10.  Nastreven van een minimaal gebruik van sulfiet tijdens het wijnmaken.

Wijnmaken heeft niets te maken met fast food. Traagheid en geduld zijn in elk geval altijd essentiële voorwaarden geweest om echt goede wijn te bekomen.